Het leven van Abraham Hans

Zijn eerste stappen in de schrijverswereld

Het is pas na zijn huwelijk dat Abraham Hans zich ontpopte als een groot en veelzijdig schrijver.
Daar zijn vader Bastiaan regelmatig ziek was, moest Abraham nu en dan helpen bij het opstellen van artikels in diverse tijdschriften. Zo kreeg de jonge Hans de smaak te pakken en publiceerde hij, aanvankelijk onder pseudoniem.
Een eerste verhaal van Hans vinden we terug in het "Christelijk Volksblad" van 28 december 1901 en het had als titel "Kerstmis in Vlaanderen".
In 1911 liet hij zijn eerste werken met protestants engagement verschijnen onder verschillende schuilnamen zoals "Van Vrijsbeke", "A. Van De Corseele", "Hans Van Horenbeek".
Deze pseudoniemen verwijzen naar verschillende gehuchten uit zijn geboortestreek.
Hans schreef ook nog onder andere schuilnamen zoals: "Jan van Contich", "Jan Verbeke", "W. Freeman" en "Maria Van Hove".
Het zijn deze werken met protestants engagement welke Abraham Hans in een slecht daglicht zullen stellen bij de katholieke overheid van die tijd.
Deze pseudoniemen werden enerzijds aangenomen omdat zijn bijverdienste als boekenschrijver niet al te zeer mocht opvallen bij het stadsbestuur van Antwerpen waarvan hij als onderwijzer afhing en anderzijds om met zijn protestantse origine de klerikale overheid te misleiden.
Vooral zijn werken "Gelouterd" en "De bijbel van de pastoor", waarin hij bijzonder heftig van leer trekt tegen de toen heersende katholieke dwingelandijen en bemoeienissen, tekenen hem als "De schrijver van de andere kant".
In de "Boekengids" van januari 1928 leest men:

"Hans is in de leer gegaan bij de Franse letterkunde. Van hen heeft hij al de hoedanigheden geërfd: drakerigheid, sensatiejacht, geestelijke onbenulligheid, zinnelijke en passionele prikkels die dan seffens daarop weggesust worden met een burgerlijk konventioneel zedepreekje in afkeurende zin. Ze zijn gericht tegen de katholieke kerk en brengen haar schade toe".

Het "Lektuurrepertorium" plaatste "De bijbel van de pastoor", onder de quotering 1 op de index van de verboden lectuur.
Met zulk een recensie is het logisch dat de werken van Hans verboden werden in het katholiek onderwijs.
Het vinden van een kinderverhaaltje van Hans in de boekentas stond gelijk met een reeks oorvegen en voorspellingen van hel en verdoemenis. Van Abraham Hans kan in alle eerlijkheid gezegd worden:

"Het was een begaafd en veelzijdig schrijver, maar in die tijd had hij het ongeluk een protestant te zijn".

Aan levensbeschrijvingen van belangrijke personen tijdgenoten en historische figuren,besteedde Hans ruimschoots aandacht.
Zo beschreef hij het leven van Jan van Rijswijck, de toenmalige burgemeester van Antwerpen, die hem een plaats bezorgd had als onderwijzer.
Verder getuigen de verhalen rond Egmont en Hoorn, Albrecht Rodenbach en Hendrik Conscience van een grondige kennis van de geschiedenis en van een boeiend verteltalent.
Ook de vroegere schelmenromans als "Jan de Lichte", "Abel Pollet", "Bakelandt" enz. verraden het diepe hunkeren van Hans naar avontuur. Aanvankelijk was de jonge Hans diep onder de indruk van het afkerig geschrijf in de katholieke pers, maar met een moed, inherent aan zijn persoon stortte hij zich met nog meer ijver op zijn werk. Zijn doel, schrijven voor de gewone mensen, over hun zwaar leven, over hun armoede en verknechting, maar ook over hun vreugden en gezinsgeluk stond hem altijd voor ogen. Schrijven in een eenvoudige taal en bereikbaar voor de laagste standen, ook financieel, ziedaar het levensdoel van Hans. De gewone man had niet het geld om boeken te kopen, maar een dagblad was een bijna algemeen verspreid en gelezen medium. Zo liet Hans in navolging van de in Frankrijk publicerende auteurs, zijn verhalen en romans verschijnen in feuilletonvorm in de krant. En de krantenlezers verslonden zijn werken. Zij knipten die uit en leenden ze uit aan de buren, vrienden en kennissen. Zo kreeg Hans op de meest eenvoudige en goedkope manier toegang tot een zeer talrijk lezerspubliek uit alle lagen van de bevolking.
Wanneer hij later zijn werken in wekelijkse afleveringen op goedkoop papier laat verschijnen, stijgt zijn populariteit tot een nog nooit eerder gekende hoogte. Ook zijn toeristische boeken met reisverhalen en merkwaardigheden uit België en Nederland kennen een groot succes.
Wat daarbij opvalt is de zeer grote nauwkeurigheid waarmee Hans bepaalde streken met hun gebruiken beschrijft, met hun wetenswaardigheden en eigenaardigheden. Via deze reisverhalen komt Abraham Hans meer en meer in contact met vader Hoste, de uitgever van het dagblad "Het Laatste Nieuws" waarin niet alleen zijn romans maar ook zijn reisverhalen gretig worden gepubliceerd.
Over vader Hoste getuigt Abraham Hans:

"Ik zal nooit vergeten wat vader Hoste voor mij is geweest, een vriend, een steun en een raadgever, een bezieler en een toevlucht, gelijk voor allen die met hem hebben gewerkt. Ik kan niet zijn naam zeggen dan met eerbied en genegenheid. Er was iets heldhaftigs in hem en vooral goedheid. Zijn zoon, Julius Hoste jr. heeft niet alleen de zaak van zijn vader, maar ook zijn ziel overgenomen".

Hans zorgt er voor dat de oplage van deze krant spectaculair steeg en bijna verdubbelde.
Deze hechte samenwerking met de krant zou verschillende jaren duren, tot wederzijds genoegen en succes.
Met zijn eerste volksroman "De Vlaamse Boskerel", raakt Abraham Hans de gewone man in zijn gemoed.
Het is het verhaal van de strijd van een arme bosbewoner tegen het alomheersende gezag en invloed van de machtige kasteelheer, de opstand tegen het gezag in het algemeen en de niet te breken vrijheidsgeest van de bosbewoners.
Ziedaar de ingrediënten van deze succesroman welke A. Hans een definitieve bekendheid zullen geven.
Hans schrijft hierover:

"Ons volk staat laag. Lager dan in andere landen. Het is vrij in naam, de meesters zijn hard. Veel scheidt hen van het volk. Ze spreken een andere taal en die van het volk beschouwen ze als gewesttaal". Is het verwonderlijk dat met zulk een uitspraak, A. Hans de franskiljonse bourgeoisie tegen zich krijgt?

Maar Hans schrijft onverstoorbaar verder:

"Maar om samenwerking te krijgen tussen alle standen, zouden we een Vlaamse hogeschool moeten hebben. Dan kregen we ingenieurs, rechters, advocaten en leraars die de taal van het volk beter zouden begrijpen. En als ze het volk goed kennen, zullen ze voelen hoe het hun plicht is mee te werken aan de lotsverbetering van de massa".

Een stevig pleidooi dus voor de vernederlandsing van de Gentse universiteit waar hij een groot voorstander van was en waar hij ook ten volle heeft voor geijverd. En Abraham Hans werd productief. De ene roman volgde op de andere. Het ene verhaal was nog niet verschenen of het andere lag al op de schrijftafel. Soms werkte hij aan verschillende romans tegelijkertijd. Als we al zijn werken samen zien, vragen we ons met reden af waar Hans de tijd vond om alles te schrijven. Hij doorkruiste geheel België op zoek naar inspiratie. Rekening houdend met de toen bestaande vervoermiddelen, te voet, per fiets of per trein, was dat alleen al een tijdrovende bezigheid. Maar de reizen per trein beschouwde Hans niet als tijdverlies. Integendeel. Ofwel zat hij te schrijven onder het genot van een geurige sigaar, ofwel observeerde hij zijn medepassagiers, bekeek het voorbijvliegend landschap en al deze indrukken verwerkte hij in zijn werken.

 

 











 
De familie verhuist naar Kontich   De eerste wereldoorlog 
   

© 2004 - 2015 Protestants Historisch Museum Abraham Hans
Disclaimer